Het leven is zoveel dingen tegelijk.

De eerste keer dat ik Moria naderde, voelde ik meteen in mijn buik: niet goed, niet ok.

Hier wil je niet zijn.

Ik kwam alleen aangereden; ik was wat later, had net één van onze teamgenoten op en neer gebracht naar het politiebureau, waar hij zich elke dag moet melden. Daarna over kronkelweggetjes het eiland over gereden. Het was er lieflijk: boomgaarden, oude huizen, velden met schapen in de laatste warme zonnestralen van het jaar.

En dan Moria. Je ziet Moria voordat je het kamp zelf ziet, aan de mensen die langs de weg lopen. Soms in groepjes, soms alleen, ogen naar de grond. Dan wordt het drukker op straat, overal mensen en geparkeerde auto’s. En tegen de helling op het kamp: een kamp, met prikkeldraad boven betonnen muren, ontelbare tenten en tentjes, open vuurtjes en een overvloed aan mensen die geen kant op kunnen. De sfeer is gespannen, er is een onderstroom van onvoorspelbaarheid.

Ik haal diep adem en klim de helling op, naar de grote blauwe tent waar we de komende dagen met Because We Carry en Movement on the Ground winterjassen zullen uitdelen.

Vorige week schoenen, deze week een jas, als dunne beschermlaag in deze wildernis die binnenkort in een koude natte modderpoel verandert. Het is iets, het is belangrijk, maar het is bij lange na niet genoeg.

Binnen staat alles klaar om mensen door de tent te leiden: dranghekken, helpers, tafels waarachter dozen vol gesorteerde jassen staan. De hekken zijn nodig – alles is hier chaotisch en er breekt snel paniek en agressie uit –, maar ze versterken het idee van een gevangenis: onvrijheid en afhankelijkheid. Hoe voel je je als je in de rij staat hier?

Die eerste dag dat ik er werk is voor de gezinnen. Alles komt keihard binnen: de wanhoop, woede, de frustratie. De kleuters die zich afwezig in jasjes laten hijsen, de baby’s – soms zo klein nog dat er niets in hun maat te vinden is – , de overspannen moeders en vaders.

Soms draai ik me om van de tafel naar de dozen met jassen en voel ik mijn handen trillen. Rustig blijven, diep ademhalen, één voor één. Na uren bedenk ik me dat ik ben vergeten te eten, vergeten ben om één moment rust te nemen.

Natuurlijk zijn veel mensen dankbaar, maar ik voel al snel hier op Lesbos en met name in Moria dat dat woord dankbaar me niet meer past, niet klopt bij deze situatie. Dit zijn mensen zoals jij en ik, niet slechter of beter. Sommige misschien aardiger of meer open dan anderen. Maar allemaal opgejaagd, in overlevingsmodus, onveilig en ontworteld.

Allemaal dag in dag uit in een nare situatie waarin geen mens wil zijn, of het lang volhoudt als zijn beste zelf. Je verhardt en leert vechten voor alles, en om vol te houden in een hopeloze situatie.

Ik kan straks weer wegrijden vanuit hier, trillerig van de indrukken. Zij blijven achter in een jungle met niet eens de meest basale hygiëne en veiligheid. Na die eerste dag bel ik mijn vriend en begin meteen te huilen. Ik wil uitleggen hoe dubbel het was; hoe er naast alle lelijkheid ook zoveel hoop en vriendelijkheid was. Maar eerst moeten die tranen eruit.

De dagen erna word ik rustiger en soms ook wat harder. Een stoomcursus diep ademhalen is het, wortel schieten in de grond. Rustig blijven: ik voel dat mensen ook op mijn ontspanning reageren, zoals eerder op mijn spanning. Het is het grootste wat ik hier kan geven naast die jas: een moment van aandacht, van mens tot mens.

Nu zijn de alleenreizende mannen aan de beurt en gek genoeg gaat dat soepeler dan de gezinnen. Ik geef ze een hand, kijk ze aan en zeg goedemorgen. Ik sta overeind. We eindigen vaak met een glimlach en nog een hand. Best of luck to you. To you too.

Al een paar nachten slaap ik slecht door de kou en de overdaad aan indrukken en tegelijkertijd voel ik een zekere kracht hier die ik thuis vaak heb gemist. Ik kan helpen, ik kan dit aan, ik kan een slechte situatie íets minder slecht maken, en dat doe ik ook.

Doen wat je kan, en dan loslaten. Je móet het hier leren. Focussen op de vierkante centimeter die je kunt beïnvloeden.

Met het team letten we op elkaar, we praten en lachen, ’s avonds zitten we als uitgelaten pubers te eten en slechte grappen te maken: afreageren, stoom afblazen van de dag. De intensiteit van de ervaring uit zich in onze verbondenheid. We maken dit samen mee. Op sommige momenten voel je je ijskoud van binnen, en op sommige momenten voelt het als een schoolreisje.

Want “gelukkig” is er ook Kara Tepe, waar veel gezinnen met kinderen en andere kwetsbare vluchtelingen (uiteindelijk) naar toe kunnen. Hier verzorgen we elke dag met het team van BWC (bestaande uit vluchtelingen en Nederlandse vrijwilligers) het ontbijt en activiteiten voor kinderen en volwassenen. Er wordt gespeeld door de kinderen, er is school, er is yoga voor de moeders en elke week een barber shop voor de mannen en jongens.

Vergeleken bij Moria is Kara Tepe een verademing, een oase van rust en vredigheid. De gezinnen wonen er in ISO-boxen, soms met wel zeven of negen mensen. Dat vind ik de eerste dag nog slikken, maar de mensen die uit Moria komen, huilen soms van geluk dat ze weer een eigen plek hebben die ze tot hun huis kunnen maken, waar ze met elkaar kunnen zijn.

Natuurlijk is het leven nog steeds hard; veel ouders zijn depressief en getraumatiseerd. De afhankelijkheid is er nog steeds, en het wachten, wachten, wachten, totdat je weet hoe je leven verder gaat. Welke onbekende toekomst de jouwe wordt.

En elke dag zingen we met de kinderen liedjes over bananen en watermeloenen. Ze praten ons na in het Engels.

We brengen ontbijt rond in bolderkarren. We drinken koffie met het team voor en na het ontbijt en eten koekjes. We draaien Justin Bieber en zingen hard mee: “Baby, baby, baby oh baby!”.

We knuffelen met Wallie, de puppy van vrijwilligerscoördinator Roza, we lachen om zijn korte pootjes en zijn afwijking naar rechts als hij rent.

We high fiven als de ronde er weer op zit. We nemen afscheid van mensen en helpen ze met aankomen.

Het is licht én donker hier. Het leven is zoveel dingen tegelijk.


 

Het licht komt door alle gewone mensen die andere gewone mensen helpen.

Wil je ook helpen? Dat kan door een donatie over te maken naar Because We Carry. Dit geld wordt op de meest praktische en liefdevolle manier besteed, nu bijvoorbeeld om zo snel mogelijk wat plekken te creëren op Moria waar mensen kunnen opwarmen en opdrogen. Of door zelf mee te gaan als vrijwilliger en een liefdevoller verhaal en werkelijkheid te verspreiden.

Het rekeningnummer van Because We Carry is NL85 TRIO 0391 0737 96.

Voor meer informatie over vrijwilliger worden mail naar volunteers@becausewecarry.org

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s